Bosgebied Vierwinden

Landschapsbeheer Oss

Projecten Bosgebied Vierwinden

Wandelroute Vierwinden

Wandelroute Vierwinden (1999)

De wandelroute in dit ca 30 ha grote gebied is ongeveer 5 kilometer lang en voert door een gevarieerd bosgebied met waardevolle landschapselementen zoals poelen, kleinschalig agrarisch gebied met restanten van oude hakhoutwallen, een stuifzandgebied en restanten van een laaglandbeek.

Ongeveer 2 kilometer van de route is verhard en daardoor in het bijzonder geschikt voor rolstoelgebruikers. De route kent twee vertrekpunten. Een startpunt begint aan het einde van de parkeerplaats bij restaurant ‘t Putje’. Ook kan gestart worden vanaf de overzijde van de parkeerplaats bij motel ‘de Naaldhof”.

De route is aangegeven door palen met een gele kop. Op het gedeelte dat geschikt is gemaakt voor rolstoelgebruikers zijn de markeringspalen voorzien van een gele kop en een rode band.

Dit project is (mede) tot stand gekomen door een belangrijke bijdrage van het Osse bedrijf Chemetall.

 

Struinroute De Witte Ruijsheuvel

Struinroute De Witte Ruijsheuvel (2003)

Over het hoogste punt van Oss, de voormalige vuilstort de Witte Ruysheuvel, is door vrijwilligers van Landschapsbeheer Oss een struinroute aangelegd. In 2003 is het zuidelijke gedeelte geheel opnieuw ingericht en ingeplant met gevarieerd bosplantsoen. Bovenop is een grote weide ingericht. Deze wordt als hooiland beheerd.

De struinroute sluit aan op de wandelroute Vierwinden en vormt bij elkaar een route van ca 8 km.

 

Bosgebied Vierwinden

Bosgebied Vierwinden (1999)

Het gebied ‘de Vierwinden’ bestaat nu voor het grootste gedeelte uit bos. Ongeveer 100 jaar geleden was het echter een uitgestrekt heideveld, de voormalige ‘Osche heide’. Hier en daar bevonden zich akkertjes, omzoomd door hakhoutwallen. De heide werd begraasd door schapen. Bepaalde elementen herinneren nog aan de oude landschapsstructuur, zoals een stuifzandgebied met kenmerkende vliegdennen, restanten van hakhoutwallen en een oude beekloop.

Door de opkomst van de kunstmest, omstreeks 1900, en de goedkope wolimport uit o.a. Australië verdwenen de schapen en veranderde het landschap meer en meer in een open bos. In de jaren 30 werden grote delen van de resterende heide ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Andere gedeelten werden opnieuw beplant met productiebos, bestaande uit sparren en dennen, veelal ten behoeve van de mijnbouw (stuthout).

Van de oorspronkelijke heide is nagenoeg niets meer over. Bepaalde elementen herinneren aan de oude landschapsstructuur, zoals het stuifzandgebied met de kenmerkende vliegdennen. Ook zijn hier en daar nog restanten van de hakhoutwallen te zien.

Vrijwilligers van Landschapsbeheer Oss stimuleren door middel van gericht onderhoud en kleinschalige ingrepen de ontwikkeling van een gevarieerde flora en fauna.

 

Herinrichting Perenpoel en Appelpoel

Herinrichting Perenpoel en Appelpoel (1999)

In de jaren 30 zijn in het kader van de werkverschaffing een drietal vijvers gegraven in het gebied. Deze zijn, naar hun vorm, onder de namen Perenvijver, Appelvijver en Kersenvijver bekend. Met name in de Perenvijver heeft zich in de loop der tijd een goede amfibieënpopulatie (kikkers, salamanders) ontwikkeld. Door de sterke verlanding en afname van de waterstand werd deze gemeenschap sterk bedreigd.

Na jaren van verwaarlozing zijn de perenvijver en appelvijver in 1999 opgeschoond en uitgegraven. Omdat het beheer is gericht op het verbeteren van de leefomstandigheden van amfibieën (kikkers, salamanders en padden) en mogelijk ook reptielen spreken we tegenwoordig liever over poelen. Kenmerkend van deze poelen is dat er geen vis in voorkomt of wordt uitgezet.

De ontwikkeling van de poelen wordt zoveel mogelijk aan de natuur overgelaten. Echter wanneer de poelen dreigen dicht te groeien is een ingreep noodzakelijk.

 

Osse Beek

Osse Beek (2010)

Door het bosgebied loopt een restant van een oude beekloop. Deze beekloop werd gevoed met (voedselarm) water afkomstig van de Achterste heide en wellicht via kwel vanuit de Maashorst. In natte jaren kan er een continue stroming plaatsvinden. In droge seizoenen staat de waterloop zo goed als droog. De oeverwallen van deze beekloop bezitten resten van interessante en karakteristieke vegetatie, die echter door begroeiing met bomen en verdroging sterk achteruit is gegaan.

De beekloop is een van de weinige oude beeklopen die in dit deel van Brabant voorkomen en vormt het begin van de blauwe slinger van waterpartijen die via de zuidwestkant van Oss naar het noorden loopt.

Er is een plan opgesteld om de beekloop meer watervoerend te maken. Dit vraagt een aanpassing van de waterhuishouding. Dit wordt opgesteld in overlegd met het waterschap Aa en Maas.